Project omschrijving

Artikel in 'Nieuwe Oogst' 17 augustus 2013

Dagenlang regende het mails en telefoontjes bij LTO na het verhaal van Jelle over melkrobots en wurgcontracten. Melkveehouders vonden in het verhaal een erkenning van hun problemen. Het verhaal droeg er aan bij dat er een checklist kwam, die melkveehouders, dealers en fabrikanten kunnen gebruiken bij het afsluiten van een contract voor het onderhoud van automatische melksystemen.

Actie wurgcontract melkrobot

Koe in de stalMelkrobotboeren worstelen met wurgcontracten voor onderhoud en hoge kosten voor vervangende merkonderdelen. LTO onderneemt actie.

De klachten variëren van gedwongen winkelnering en hoge kosten voor vervangende onderdelen tot boterzachte garantiebepalingen en discussies met dealer of fabrikant over de dekking van het contract. Het stoort melkveehouders vooral dat contracten hen dwingen alle onderdelen bij de regiodealer te kopen, terwijl dezelfde onderdelen elders voor aanzienlijk lagere prijzen voorbijkomen.

Ander probleem is dat de boer die alles volgens het boekje doet, bij calamiteiten vaak toch zelf aansprakelijk is. ‘Het kan niet zijn dat de aansprakelijkheid eenzijdig bij de ondernemer komt te liggen’, vindt Jos de Kleijne van LTO Melkveehouderij. Eerder liet voorzitter Kees Romijn weten dat ‘boeren het gevoel hebben dat er scherp wordt geconcurreerd bij de aanschaf van een melksysteem, maar dat dit voordeel lijkt te worden terugverdiend tijdens het onderhoud’.

Feiten
LTO kaartte de problemen aan bij Fedecom, brancheorganisatie van melkmachineleveranciers. Die zegt bij monde van Theo Vulink zich wel te herkennen in sommige klachten, maar zeker niet in de omvang zoals LTO die nu aankaart. Fedecom is bereid mee te werken aan een onderzoek om meer feiten op tafel te krijgen. ‘De onduidelijkheid die er nu blijkbaar is, is in niemands belang. Bovendien hebben melkveehouders er recht op om precies te weten waar ze hun handtekening onder zetten.’
LTO wil met haar actie bereiken dat er op de markt voor melkmachines meer prijstransparantie en keus in aanbieders van servicecontracten en machineonderdelen komt. Dat moet leiden tot meer onderhandelingsruimte voor boeren.

DLV: ‘Melkrobot duur in onderhoud’

Niek Groot Wassink van DLV onderzocht eerder dit jaar op 160 melkveebedrijven de kosten voor onderhoud aan melkrobots. Die variëren bij twee robots tussen de 3.000 en 13.000 euro. Dat is 3,5 tot 4 keer zo duur als bij een reguliere melkinstallatie.

Bij één robot is de boer 2.000 tot 6.500 euro per jaar kwijt. Wie twee robots laat melken, moet rekening houden met onderhoudskosten tussen de 3.000 en 13.000 euro en bij drie robots liggen de jaarlijkse kosten tussen de 13.000 en 20.000 euro.

Groot Wassink herkent de klachten van robotmelkers die LTO krijgt. Opvallend noemt hij dat boeren met het meest kale en dus goedkoopste onderhoudscontract over drie jaar praktisch net zo duur uit zijn als boeren met een duur onderhoudscontract dat alles dekt. ‘Onderhoud en voorrijkosten buiten het contract lopen blijkbaar al snel in de papieren’, stelt hij.

Tom Niehof, die namens ForFarmers Hendrix drie robotstudieclubs begeleidt, constateert ook bij ‘zijn’ boeren veel vragen en onduidelijkheden rondom onderhoudscontracten. ‘Het is door de vele bepalingen en mitsen en maren een hele toer om contracten goed te vergelijken. Maar dat boeren vaak te veel betalen, is voor mij helder.’

Volgens Niehof kan er zo een cent per kilo melk verschil zitten in de onderhoudskosten voor twee vergelijkbare melkrobots. ‘Dat is erg veel. Boeren adviseer ik dan ook uiterst scherp en kritisch te zijn naar hun fabrikant of dealer als ze onderhandelen over de jaarkosten van een of meerdere melkrobots. Daar wordt vaak te weinig bij stilgestaan’, vindt Niehof. LTO onderschrijft die oproep.

Download hier de .pdf van het artikel.