Project omschrijving

Verschillende columns door Jelle Feenstra

Als opinieschrijver probeert Jelle in de melkveesector regelmatig vingers op zere plekken te leggen. Hier enkele van de vele columns die de afgelopen jaren van zijn hand verschenen.

De wereld verandert

Voorjaar 2015. De wereld verandert, misschien wel meer dan ooit. Nog een week en de melkquotering staat in het museum. Oude zekerheden en structuren verdwijnen, nieuwe initiatieven dienen zich aan.

De tweede editie van Melk van het Noorden, zelf een voorbeeld van zo’n nieuw initiatief in de sector, staat er bol van. Robots beginnen het werk van de boer over te nemen en precisielandbouw doet zijn intrede, zowel in de grasteelt als bij het voeren. Ondertussen meldt een bont gezelschap van nieuwe melkers zich in de sector.

De oude boerenbelangenbehartiging is aan slijtage onderhevig, maar ook daar dient nieuw elan zich aan. De manier waarop melkveehouders die zijn getroffen door muizenvraat de handschoen oppakken om te vechten voor hun belang, verdient respect. Niet afwachten of je belangenbehartiger in actie komt, maar zelf regie pakken en vervolgens wel samen optrekken met LTO om de extra sterke vuist te kunnen maken.

Een ‘bottom-up’ aanpak, die ongetwijfeld op meer fronten vervolg krijgt, al wil dat bij agrarisch natuurbeheer nog niet helemaal vlotten, schrijft onze nieuwe columnist Jorrit Postma. De wereld verandert en dat geeft dynamiek. Zo zal de melkveehouderijsector snel met een passend antwoord komen op de door Milieudefensie nieuw leven ingeblazen megastaldiscussie. De grote melkveehouders in Nederland melken straks gewoon op meerdere locaties.

Einde discussie, de wereld veranderd.

Jelle Feenstra, 23 maart 2015, Melk van het Noorden

Sentiment maakt of breekt de voedselprijs

De mediagekte rond de sciencefiction hamburger van 250.000 euro maakt opnieuw duidelijk: voedsel is ‘hotter’ dan ooit.

De wereldbevolking groeit, grondstoffen worden schaarser en consumenten kiezen bewuster voor gezond en duurzaam voedsel. Als zich dan een oplossing aandient voor minder ruimte- en milieubeslag, is dat wereldnieuws.

Wereldnieuws was ook Theo Spierings. Groot geworden bij FrieslandFoods, nu in zijn rol als topman van Fonterra zo’n beetje de koning van Nieuw-Zeeland. De Nederlander mocht op elk televisiestation uitleggen waarom Fonterra besmet weipoeder op de markt bracht en dat pas laat bekendmaakte.

Vijf jaar geleden had het item het NOS Journaal waarschijnlijk niet eens gehaald. Nu wel. Terwijl het onwaarschijnlijk is dat hier ooit iemand ziek van wordt, zo onbeduidend waren de concentraties. Maar voedsel ligt onder het vergrootglas. Bij de miniemste vondst van een schimmel of bacterie rinkelen alarmbellen en worden zaken uitvergroot.

China en Rusland gooiden grenzen dicht, spotmarktprijzen vlogen omhoog. Koortsachtige prijsbewegingen, die je ook in de akkerbouw steeds vaker ziet. Eén regenbui in Amerika en weg is de veelbelovende Nederlandse graanprijs.

Internet en snel reizen maken de wereld tot dorp, waar een scheet snel een donderslag is en iedereen op iedereen reageert, zenuwachtige handelaren in het bijzonder. Niet feiten, maar sentiment rondom weer, politiek of voedsel maken of breken het inkomen van onze boeren.

Coöperaties moeten meer dan ooit van onbesproken gedrag zijn. De Chinese prijsafsprakenboete voor FrieslandCampina lijkt een schoonheidsfoutje. Spierings heeft meer uit te leggen. Laat het een waarschuwing zijn. Morgen kunnen de rollen omgedraaid zijn.

Jelle Feenstra, 8 oktober 2013, Nieuwe Oogst

A-ware heeft iets te bieden, behalve zeggenschap

A-ware heeft zelfvertrouwen. De nieuwe kaasfabriek in Heerenveen garandeert jaarlijks minimaal 50 cent per 100 kilo melk meer dan DOC Kaas. Met die melkprijs zou A-ware over 2010 en 2011 zelfs iets hoger uitkomen dan Royal FrieslandCampina (RFC). Die betaalde op basis van een jaarleverantie van 500.000 kilo melk in 2010 41 cent en in 2011 29 cent meer uit dan DOC. Hoge kwantumtoeslagen maken de verschillen voor melkveehouders met enige bedrijfsomvang nog wat groter in het voordeel van A-ware.

De komst van A-ware is goed voor de Nederlandse melkveehouderij. Het dwingt alle spelers tot scherpte. Bovendien kan A-ware uitgroeien tot een aantrekkelijke partner. Het bedrijf heeft zijn afzet op orde en heeft met Fonterra, die de wei verwaardt, een wereldspeler naast zich. Ook dat geeft de Nederlandse zuivel cachet.

Toch zal A-ware weinig melkveehouders van RFC binnenhalen. Die zitten dankzij de prestaties in Azië op een koningszetel. De zuivelcoöperatie doet het sinds de fusie uitstekend en is een vaste klant in de top drie van de LTO-Melkprijsvergelijking voor Europese zuivelfabrieken. Waarom zou een boer vertrekken, zeker als hij als aandeelhouder ook nog invloed uit kan oefenen?

Bij A-ware kan dat niet, zelfs niet als je 5 euro per 100 kilo melk inlegt. De club biedt via NoorderlandMelk wel mogelijkheden tot coöpereren en inspraak, maar alleen in een aparte Melk BV, die los staat van de kaasfabriek. Zeggenschap over de melkprijssystematiek krijgen boeren niet.

Ook daarom zal hooguit een RFC-boer zonder opvolger en 1 miljoen kilo melk een gokje wagen. Hij kan door te vertrekken in zijn laatste jaren nog 50.000 euro uittreedgeld meepakken en op een aardige A-warecontractmelkprijs zonder inleg rustig uitboeren. Iets anders ligt de situatie voor melkveehouders van DOC Kaas. Europees gezien presteerde de zuivelcoöperatie in Hoogeveen de laatste twee jaar best aardig. Toch kreeg een gemiddelde DOC-boer sinds 2008 in totaal bijna 8 cent minder voor zijn melk dan een collega die de melk aan RFC levert. Dat is een jaarinkomen. Ook in 2013 bedraagt de achterstand van DOC op RFC na twee maanden alweer 1,5 cent. Zelfs directeur Jannes Oosterveld van DOC zei tegen de leden de leden dat het gat eerder groter dan kleiner wordt.

In die situatie is A-ware toch een beetje als de verleidelijke vrouw die heupwiegend langsloopt, terwijl je huwelijk op een dood spoor zit. DOC-boeren die op de versiertoer gaan, kunnen best een goede slag slaan. Ze moeten zich alleen wel realiseren dat ze in hun nieuwe huis straks de broek niet meer aan hebben.

Jelle Feenstra, 15 maart 2013, Nieuwe Oogst

Nederland wil CDA noch industrieboer

Joran van der Sloot hield de gemiddelde burger deze week meer bezig dan de toekomst van Nederland. Nog een geluk dat afschaffing van de hypotheekrenteaftrek op het spel stond, anders was de opkomst bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer uitgelopen op een historisch dieptepunt.

Het kan bijna niet anders dan dat boeren en tuinders zich hebben onttrokken aan de democratische desinteresse en wel massaal naar de stembus zijn geweest. Mals is het namelijk niet, wat er de komende jaren aan milieu-, dierwelzijnregels en ruimtelijke ordening op hen af komt.

Of het daarbij verstandig was om hun traditiepartij CDA zo te laten vallen, is de vraag. Een rechtse regering kan agrarische ondernemers nog enige lucht geven. Paars-plus zal niet lang wachten met het laten vallen van de guillotine op alles wat ruikt naar industrieel boeren. Rechts met Wilders erbij zal milder zijn, maar is weer een serieuze bedreiging voor de exportcijfers.

Zwaar krijgen met name de veehouderijsectoren het te verduren. Dat het gezicht van de veehouderij in Nederland, ongeacht de kleur van het kabinet, de komende jaren revolutionair anders wordt, is al niet eens meer een voorspelling, maar een gegeven. Lees in de Nieuwe Oogst van deze week de waarschuwende woorden van oud-landbouwminister Cees Veerman en ZLTO-topman Hans Huijbers maar eens.

Even gechargeerd: de grote kippen- en varkensboeren mogen alleen nog blijven als ze zich clusteren op een duurzaam industrieterrein of radicaal anders gaan produceren. Verder pruimt verstedelijkt Nederland het geprop met en gefrummel aan dieren niet meer en beginnen de bulten stront die ze produceren ook in Brussel erg te stinken. Ondertussen maken nieuwe, onvoorspelbare dierziekten, die zo op de mens kunnen overslaan, de megastal tot de ergste bedreiging sinds de Spaanse Griep.

Zelfs de melkveehouderij, die dankzij de weidende koe de dans lange tijd ontsprong, moet er binnenkort aan geloven. Boeren die 1 mei 2015 als bevrijdingsdag zien en menen dat ze vanaf dan de melkkraan ongebreideld open kunnen zetten: ontwaak uit de droom. Bij LNV – hoe lang het ook nog moge bestaan – en VROM liggen de draaiboeken voor het introduceren van koerechten al klaar.

Als de melkveehouderijsector niet snel met een heel goed antwoord komt op het stikstof-, fosfaat en ammoniakprobleem, mag zij blij zijn als het de huidige melkproductie na 2015 op het peil van nu houdt. Dat is keiharde realiteit die, gezien de oertraditionele stalbakken die her en der in het landschap verrijzen, bij veel boeren nog niet tussen de oren zit.

Jelle Feenstra, 15 september 2012, Nieuwe Oogst

Zuivelreus vraagt om offensieve eigenaren

Zijn het topondernemers, de 20.000 melkveehouders van het coöperatieve Royal FrieslandCampina (RFC)? Je zou het bijna denken na het zien van de jaarcijfers 2010.

Het bedrijf, dat hun volledige eigendom is, presteert uitstekend. Weinig fabrieken in Nederland betalen een betere melkprijs. Ondertussen is een financiële positie opgebouwd die zoveel macht geeft dat boeren ook in slechte tijden een stootje kunnen hebben. Menig collega in Nederland wil geld toe leggen om te ruilen van fabriek.

Discussie binnen FrieslandCampina was er volop dit melkjaar. Ging het niet over de directeur die veel te veel salaris kreeg, dan wel over de kwantumtoeslag. De op andere fabrieken gebaseerde voorschotmelkprijs blijft punt van discussie en veel boeren zien liever een klinkende melkprijs in plaats van een klinkend eindresultaat. Als klap op de vuurpijl gaan directeuren en bestuurders nu ook nog even zeggen dat leden-eigenaren hun koeien massaal naar buiten moeten jagen.

Kritiek is er en blijft er. Dat is goed, het houdt scherp. De cijfers zeggen dat RFC het op de hoofdzaken geweldig doet. Boeren mogen daarom best wat trotser zijn op hun zuivelbedrijf. De winst blijft ook nog eens volledig in boerenhand. Hoeveel internationale zuivelbedrijven met deze omvang kunnen dat nog zeggen?

Op een haar na fuseerde Campina een paar jaar geleden met haar Scandinavische equivalent Arla. Moeilijk te zeggen of het een goed huwelijk was geworden. Friesland met Campina is dat tot nu toe in elk geval wel, waarbij de winst vooral wordt gemaakt op de oude FrieslandFoods-markten in Azië. Alle bestuurders, die altijd riepen dat FrieslandFoods en Campina niet bij elkaar pasten, krabben zich vast even achter de oren.

In een snel veranderende wereld slaat de zuivelreus nu een nieuwe weg in. Het pakt regie op maatschappelijk verantwoord ondernemen. Melk produceren op een manier zoals burgers het graag zien, is onderdeel daarvan. Dat levert winst en ontwikkelingsruimte op, prediken bestuur en directie. Daarom willen ze dat alle ledenmelkveehouders nadenken hoe ze hun visitekaartje, koeien, zichtbaar kunnen houden voor Jan Publiek. Ten onrechte is dit appèl op gezamenlijke verantwoordelijkheid uitgelegd als verplicht weiden voor alle leden.

De oproep afdoen als ongewenst en bemoeizuchtig is te kort door de bocht. Het is zoiets als tegen je partner op het melkveebedrijf zeggen dat hij of zij zich niet moet bemoeien met jouw inbreng in de maatschap. Directie en bestuur verdienen met zulke goede cijfers een wat minder defensieve houding van de 20.000 eigenaren.

Jelle Feenstra, 21 maart 2011, Nieuwe Oogst