Project omschrijving

Artikel in 'Melkvee Magazine' van oktober 2014

In het najaar 2014 liep de spanning binnen zuivelcoöperatie FrieslandCampina hoog op. De leiding van het concern stelde een verdubbeling van de weidepremie voor. Lang niet alle leden waren het eens met de uitvoering van dit voorstel. Sjoerd zette de argumenten van voor- en tegenstanders helder op een rij en duidde de situatie. Door zijn kennis van de zuivelbranche en de melkveehouderij lukt het om zo'n analyse goed te schrijven. Het biedt de lezer een verhelderend beeld van de stand van zaken in de discussie op dat moment.

Opstallers willen niet voor weidepremie opdraaien

Top FrieslandCampina ziet verdubbeling van weidepremie als noodzaak

Koeien in de weiAlle FrieslandCampina-leden leggen volgend jaar 0,35 euro per 100 kilo in om de weidepremieverhoging van 0,5 naar 1 euro per 100 kilo melk te financieren. Veel opstallers zijn hier verbolgen over.

De invoering van de weidepremie bij FrieslandCampina (RFC) gaf 3,5 jaar geleden veel opschudding. Te veel inmenging op het boerenerf, was een van de hoofargumenten van tegenstanders. Net als bij bijna alle voorstellen van directie en hoofdbestuur stemde de ledenraad echter in en kwam de weidepremie er wel. Vastgesteld toen op 0,5 euro per 100 kilo melk voor minimaal 120 dagen 6 uur weidegang aan de melkveestapel te verstrekken.

Nu presenteert RFC het voorstel om die premie te verdubbelen. Het ligt in de lijn der verwachting dat ook dit voorstel werkelijkheid wordt. Zover is het echter nog niet en tegenstanders laten zich dan ook horen. De ledenbijeenkomsten van RFC startten vorige week en daarin nemen opstallers hun kans waar zich kritisch te uiten. Niet de weidepremie zelf is daarbij het punt van kritiek, maar de manier van financieren ervan. Anders dan bij de huidige premie zijn het straks immers de boeren met elkaar die de verdubbeling ophoesten door elk 0,35 euro per 100 kilo verplicht af te dragen.

‘De directie wil behoud van weidegang, maar wordt in het geheel niet extra geprikkeld door dit voorstel’, is wat de criticasters onder andere het hoofdbestuur verwijten. ‘Als zij geloven dat de markt hierom vraagt, moeten ze ook maar een beter resultaat draaien en daar de verhoging mee bekostigen’, is een veelgehoord geluid op de ledenbijeenkomsten.

Het hoofdbestuur kan hier niet veel op antwoorden. Niets wijst erop dat er in directe zin meer winst wordt gemaakt, dus moeten zij die niet-weiden voor de premieverhoging opdraaien. Dit betekent herverdeling van melkgeld zonder dat de rekening daar wordt neergelegd waar de kosten gemaakt worden. Dat is het verschil met bijvoorbeeld een kwantumtoeslag. Ook die regeling betekent herverdeling van melkgeld, maar wel op basis van direct gemaakte kosten. De keuze om zo te handelen door het RFC-bestuur is daarmee principieel van aard. Een keuze waar veel leden-melkveehouders moeite mee hebben, maar zeer waarschijnlijk niet aan ontkomen.

Eis van 81 procent

De weidepremieplannen van bestuur en directie worden ingegeven door drie redenen. De eerste is maatschappelijk acceptatie, de tweede is het belang van weiden als marketinginstrument in China en derde en zeker niet minst belangrijke reden is de afspraak met staatssecretaris Dijksma. Haar is door de zuivel en LTO toegezegd ‘zich serieus in te spannen’ voor behoud van het percentage weidende bedrijven in 2012, wat 81 procent betekent. In ruil (onder andere) daarvoor, houdt Dijksma de dierrechten op stal.

Door de formulering en de manier van presenteren lijkt de afspraak van 81 procent niet keihard, maar alles wijst er op dat dat wel degelijk zo wordt beleefd wordt door zowel RFC als Dijksma. Het RFC-bestuur ziet deze verdubbeling daarom als haar minimale plicht om Dijksma te overtuigen van de goede wil vanuit de sector zelf.

Tegenstanders van de nieuwe weidepremieplannen, stellen dat de RFC-top een dictaat oplegt. Dat argument kan het hoofdbestuur pareren. Aantoonbaar sprak de coöperatie de afgelopen jaren immers met een groot deel van haar leden één op één. Tijdens bezoeken van buitendienstmedewerkers gaven veel leden aan dat zij de weidepremie een goed instrument vinden en dat die zelfs verhoging verdient. Deze groep laat zich nu wellicht minder hard horen, maar staat wel degelijk mede aan de wieg van de verdubbeling.

Meerdere weidegangvormen

Waar de fulltime weiders er in de nieuwe voorstellen op vooruit gaan, geldt dat niet voor de deeltijdweiders. Deze groep, die voor minimaal 25 procent van de veestapel 120 dagen 6 uur weidegang toepast, krijgt straks 0,46 euro per 100 kilo melk. Trek je daar de 0,35 euro inleg vanaf dan blijft er 0,11 euro over per 100 kilo. Dat is nu 0,125.

RFC zegt deeltijdweiden wel heel bewust te willen blijven belonen. Ook op deze wijze wordt immers een bijdrage geleverd aan het gewenste effect: burgers zien koeien in de wei.

Een verdere differentiatie van de weidepremie komt er nu nog niet, maar is wel een serieus discussiepunt binnen het hoofdbestuur. Het gaat dan om het eventueel extra belonen van melkveehouders die veel uren, bijvoorbeeld 1500 uren of meer per jaar, weidegang bij hun melkveestapel toepassen. Maar ook om boeren die met een vrije uitloop toch bijvoorbeeld gemiddeld tien procent van de veestapel in de weide hebben lopen.

De nu voorgestelde verhoging is voorlopig ingrijpend genoeg, is de inschatting van de RFC-top. Volgend najaar, als weideseizoen 2015 wordt geëvalueerd, kunnen dergelijke voorstellen eventueel op tafel komen.

Net zoals een eventuele verder verhoging van de weidepremie ook al voor 2016 op de agenda kan komen te staan. Op sommige ledenbijeenkomsten wezen aanwezige RFC-hoofdbestuurders deze optie van de hand, maar diverse bronnen rond de RFC-top bevestigen dit juist.

Komend jaar moet blijken of deze aanpak voldoende is om minimaal 81 procent van de bedrijven aan het weiden te houden. Is dat het niet het geval, dan wordt komend najaar al duidelijk dat deze verdubbeling geen eindstation is.

Scherpere controle

De plannen rondom weidegang maken deel uit van het vernieuwde kwaliteitssysteem Foqus planet. Daarbij hoort ook dat controles op weidegang en melkkwaliteit geïntensiveerd worden. Wat dat voor weidegang concreet betekent, is nog niet exact duidelijk. Wat er in ieder geval gedaan wordt is dat er gecontroleerd wordt op basis van de melksamenstelling en dat Qlip-medewerkers en RFC-buitendienstmedewerkers rapportages opstellen. Ook districtsraadsleden gaan, wellicht meer dan nu al het geval is, in beeld brengen of zij die aangegeven weidegang toe te passen dat ook daadwerkelijk doen.

Vooral voor robotmelkers wordt gewerkt aan een systeem waarbij ook camerabeelden of sensoren op de beweidingsbox kunnen dienen als bewijs dat het minimale aantal weidegang-uren daadwerkelijk wordt gehaald.

‘De controle moet goed omdat wij niet in een programma als Radar willen belanden waarin het aantal weideganguren in twijfel wordt getrokken’, aldus een RFC-bestuurder.'



CLM: ‘Een goede beweging, maar niet genoeg voor langere termijn’

‘Een terechte en goede beweging.’ Zo beoordeelt Frits van de Schans van het Centrum van Natuur en Milieu (CLM) het voornemen van RFC om de weidepremie op te schroeven naar 1 cent per kilo melk.

‘Om het niveau van weidegang op hetzelfde peil te houden, is deze stap waarschijnlijk noodzakelijk’, stelt van der Schans. ‘Uit de jongste CBS-cijfers komt een stabilisatie naar voren van het aantal weidende bedrijven. Als ik om mij heen kijk op het platteland, heb ik twijfels of die cijfers niet te rooskleurig zijn, maar ik denk dat deze stap van FrieslandCampina wel bijdraagt aan dit doel.’

Van der Schans schat in dat de verdubbeling niet veel opstallers over de drempel helpt weer te gaan weiden. Wel denkt hij dat het een mooi steuntje in de rug is voor hen die al weiden en op basis hiervan continueren.

‘Iemand die opschaalt van 200 naar 250 koeien, ziet z’n weidegangkansen wellicht in het geding komen. Zo’n melkveehouder moet met de cent voordeel voor weiden z’n plannen misschien maar eens heroverwegen. Doet hij dat serieus, dan kan minder groeien en blijven weiden wel eens voordeliger zijn’, meent Van der Schans. ‘Een dergelijk effect noem ik een bijkomend voordeel van de vergrote financiële prikkel die RFC nu door gaat voeren.’

Meer uren, meer belonen

Om het niveau van 81 procent weidegang echt vast te houden, verwacht Van der Schans dat de premie in de komende jaren verder omhoog moet en ook gaat. ‘Dit is een mooi begin van verdere bewustwording.’

Hoewel de CLM-man tevreden is met de plannen van RFC, ziet hij graag meer. ‘Wij pleiten ervoor melkveehouders die extra weiden extra te belonen. Nu ben je met 120 dagen keer zes uren op niveau. Dat is 720 uren per jaar. Er zijn ook boeren die ruim 2000 weideganguren noteren. Zij dragen extra bij aan het gewenste beeld en worden daarvoor nu niet extra beloond.’

Van der Schans noemt nog een argument om zijn pleidooi kracht te zetten: ‘Deze groep boeren draagt substantieel bij aan een lagere ammoniakemissie vanuit de melkveehouderij. Meer weiden betekent namelijk één op één minder ammoniakproductie. Gezien de druk op dat item lijkt een bonussysteem voor deze weiders zeker legitiem.’

Comité ‘Van Weperen’ beraadt zich op acties

Bij de aankondiging van de RFC-weidepremie, 3,5 jaar geleden, mobiliseerde het comité ‘Betrokken ledenplatform’ honderden kritische melkveehouders richting Heerenveen. Nu de premie verdubbelt, beraadt het comité zich op nieuwe acties.

Het comité bestaat nog steeds en is zelfs iets uitgebreid, weet voorman van Jan van Weperen. Hij is het die optrad en optreedt als zegsman van het betrokken ledenplatform. ‘In de komende maand komen we bij elkaar en bepalen we hoe we ons naar buiten toe uitten. Eerst willen we de stemming peilen in de ledenbijeenkomsten van RFC die net gestart zijn. Of er nieuwe acties komen tegen de uitgebreide weidepremie, kan ik daarom niet zeggen. Dat beslist het comité als geheel binnenkort.’

Van Weperen laat desgevraagd weten persoonlijk nog precies hetzelfde standpunt als drie jaar geleden te hebben. Hij is dan ook bepaald niet blij met de voorstellen zoals die nu gepresenteerd worden.

‘Door weidende boeren boven opstallers te verheffen, creëert FrieslandCampina ‘gewenste’ en ‘ongewenste’ melkveehouders. Nu opstallers ook nog echt in directe zin geld gaan afdragen aan de weidende collega’s, wordt dat effect versterkt. Een ongewenst lid te zijn binnen je eigen coöperatie voelt niet fijn.’

‘RFC-top durft waarheid niet te zien’

Volgens Van Weperen weigert de RFC-top te zien dat weidegang hoe dan ook terugloopt. Die terugloop is naar zijn inzicht evolutionair en niet te stoppen, net zoals bijvoorbeeld het feit dat grond gemiddeld steeds duurder wordt.

‘Dat moet je durven inzien. Nu wordt geforceerd getracht die beweging te beteugelen. Dat is net zoiets als de dorpsschool met vijf overgebleven kinderen open willen houden met behulp van tonnen aan gemeenschapsgeld.’

Het steekt de melkveehouder uit Oosterwolde dat RFC haar macht gebruikt om een dictaat als de weidepremie in te zetten. ‘FrieslandCampina heeft met het uitbetalen van melkgeld een machtig wapen en gebruikt dat ook. LTO en de andere zuivelorganisaties doen het in de broek als RFC wat zegt. Ik vind het opvallend hoe timide de meeste van mijn collega’s op deze houding van onze fabriek reageren.’

‘Blijkbaar is deze verdubbeling nodig’

‘Over een ding hoeven we niet te discussiëren, die koeien moeten gewoon in de wei blijven.’ Dat stelt melkveehouder Karst Tamminga uit Echternerbrug. ‘Blijkbaar is deze verdubbeling nodig om dat doel veilig te stellen.’

Tamminga weidt zijn 200 koeien vol overtuiging. Hij is dan ook voor de verhoging, al heeft hij er niet voor gepleit. ‘Persoonlijk word ik er nu een beetje beter van, maar eigenlijk zou ik willen dat het niet nodig was. Echter, de cijfers laten zien dat het wel moet.’

Voor Tamminga is het 100 procent logisch dat de RFC-top inzet op behoud van weidegang. ‘Ze hebben de toezegging gedaan richting Dijksma om op 81 procent weidende bedrijven te blijven, dus kan dat niet anders.’

Niet de varkens achterna

Minstens zo belangrijker acht de Friese melkveehouder het imago. ‘Opstallers hoor ik vaak zeggen dat de meerprijs uit de markt moet komen. Nou, dat verhaal kennen we wel. De varkenshouders zeiden hetzelfde, maar kijk eens hoe slecht die sector ervoor staat. De maatschappij accepteert hen niet meer. Als wij niet de koeien buiten houden, zitten we als melkveehouderij rap in hetzelfde schuitje en dan hebben we echt een probleem.’

Het hele image-verhaal is volgens Tamminga veel belangrijker dan veel van zijn collega’s denken. ‘A-ware en Hyproca bouwen in Heerenveen nieuwe grote zuivelfabrieken. Waarom bouwen zij daar? Ze kunnen in Duitsland toch ook voldoende goede melk krijgen en bovendien nog goedkoper ook. Volgens mij komt dat puur doordat Friesland de uitstraling heeft van gezonde groene weiden met koeien. Dat plaatje slaat aan en moet je daarom koesteren.’

Download hier de .pdf van het artikel.